Laden

Levensbedreigende situatie? Bel altijd 112
Dagboek van een triagist - blog Dokterswacht

Buikpijn, paniek en… pepernoten.

Bij Dokterswacht weten we één ding zeker: geen avond is hetzelfde. En dat is precies waarom we het werk doen. Meestal is er spoed, soms twijfel, soms vooral geruststelling — maar achter elke melding zit iemand die zich zorgen maakt.
En dat is altijd legitiem.

Die avond had ik dienst toen de telefoon ging.
Een man, duidelijk niet helemaal in zijn element.

“Hallo, ik voel me erg misselijk en heb flinke buikpijn. Ik maak me ècht zorgen.”

Zijn stem zat in de categorie “ik probeer rustig te blijven, maar mijn buik heeft andere plannen”.

Zoals altijd open ik dan het NTS, het Nederlands Triage Systeem.
Onze betrouwbare leidraad waarmee we medisch veilig bepalen: direct komen, vanavond komen, of thuis behandelen.

We gingen de standaardvragen door:

  • Soort pijn?
  • Ernst?
  • Koorts? Braken? Bloed?
  • Medicatie? Risico’s?

Tot zover was alles medisch gezien redelijk stabiel.

Maar toen kwam de klassieke, aanvullende vraag bij buikklachten:
“Wat heeft u vandaag gegeten?”

Het bleef even stil.
De soort stilte die je hebt als iemand heel snel een intern overleg met zichzelf voert.

En toen kwam het.
Een verhaal dat zich ontvouwde als een soort culinair Sinterklaas-hoofdstuk:

“Nou… ik begon met wat kruidnoten,” zei hij.
“Gewoon een handje.”

Dat ‘handje’ bleek even later een voorraadbakschaal te zijn.
Het soort schaal waarin sommige mensen kerstballen bewaren.
Maar deze was gevuld met kruidnoten. En leeggegeten.

“En toen,” vervolgde hij voorzichtig, “waren er ook nog schuimpjes.”
“Een paar?” vroeg ik.
“Eh… ja… een paar… zakjes.”
Uiteindelijk werd het één volle zak — Prima. Een zak schuimpjes is eigenlijk 98% lucht en 2% suiker, maar in het lichaam voelt dat exact andersom.

“En toen zag ik nog een chocoladeletter liggen.”
Hij klonk alsof hij hoopte dat dit deel vanzelf zou verdwijnen in de lucht.
“Welke letter?” vroeg ik routineus.
“De S.”
“En hoeveel daarvan heeft u gegeten?”
“… De S.”

De hele S.
Niet in stukjes over de dag verdeeld.
Nee — achter elkaar.
Alsof het een vitaminepil was die niet mocht worden vergeten.

Aha. De bouwstenen van een Sinterklaas-suikerbom waren compleet: kruidnoten, schuimpjes, chocoladeletter. Allemaal in één maag, binnen één middag.

Het was pas toen hij alles hardop had benoemd dat hij zei:
“Ja… nu ik het zo vertel… snap ik wel waarom mijn buik zo protesteert.”

Ik kon niets anders doen dan professioneel blijven — en dat is precies wat triagisten doen. Niet oordelen, maar luisteren.
Mensen bellen niet om een grap uit te halen. Ze bellen omdat ze zich écht zorgen maken. En dat is altijd terecht.

De triage kwam uit op: geen spoed, geen alarmsignalen. Consult op de post niet nodig.
Wel een zwaar overbelaste decembermaag.

Ik gaf hem het advies:

  • Veel water
  • Rust
  • Warmte op de buik
  • En even een tijdelijke diplomatieke afstand nemen van alles wat kruidnootvormig of chocoladeachtig is

Hij klonk opgelucht.
En eerlijk: ik was blij dat hij belde. Een geruststelling kan net zo waardevol zijn als een consult.

Conclusie: een acute aanval van Overmatig Sinterklaassnoep Innamensis.
Bekend bij Dokterswacht, maar (nog) onbekend in de medische literatuur.

Zo’n avond herinnert me eraan waarom triage zo’n mooi vak is:
Het gaat niet alleen over urgentie beoordelen, maar ook over uitleg, veiligheid en soms… een milde reconstructie van een pepernotenincident!

Terug naar overzicht